Voor zover we weten leefden mensen in hun voorouderlijke omgeving in groepen van maximaal 150 personen. ALs de groep groter werd, splitsten ze zich. Net als in kuddes van andere zoogdieren. De reden dat we in grotere groepen kunnen leven als mens heeft te maken met het feit dat we in staat zijn te geloven in eenzelfde doel. Maar (om Nederland als voorbeeld te nemen) 18 miljoen mensen in hetzelfde te laten geloven, en dan ook nog eens op alle gebieden in een steeds complexer wordende wereld, is onmogelijk. Waar het mij om gaat is dat dit niet is ingebouwd in het systeem. Of de opgegeven autonomie in verhouding staat tot dat wat je ervoor terugkrijgt is -lijkt mij- niet iets dat je objectief kunt bepalen maar alleen subjectief. En vervolgens kun je daar een statistische conclusie aan verbinden. Maar zoals ik elders al aangaf, dergelijke statistieken hebben extremen. De vraag is hoe je daar als samenleving mee omgaat. Zeg je "we zijn inclusief" of zeg je "iedereen moet met ons meedoen". En met inclusief bedoel ik de oorspronkelijke betekenis van het woord, niet de neo-liberale interpretatie van "participatie".
Verantwoordelijkheid werkt in mijn optiek 2 kanten op. Als iemand niet kan "meedoen" in een systeem kun je die verantwoordelijkheid naar mijn mening niet neerleggen bij die persoon. We overschatten in welke mate mensen in staat zijn zich te voegen naar een "norm(aal)".